De Fontys geluksdirecteur en zijn duidelijke visie


Door Rob van Kaam
Leestijd ± 4 minuten
  • 14 februari 2017

Hij begon als student Rechten in Utrecht, maar was dat na een jaar helemaal beu. Toevallig riep op dat moment ook de dienstplicht. Daar mocht hij twee maanden eerder mee stoppen om aan de Sociale Academie in Amsterdam te beginnen. Zijn scriptiebegeleider aan het einde van die rit inspireerde hem om weer rechten te gaan studeren en daar vloog hij in vier jaar met vlag en wimpel doorheen. Nu is Nus Waleson directeur van de Fontys Hogeschool Human Resource Management en Psychologie: “Het HBO moet zich richten op het klaarstomen van studenten voor een carrière op de arbeidsmarkt, niet op het opleiden voor een specifiek beroep.” Een eigenzinnige strijd die hij al jaren voert en die steeds meer bijval krijgt.

“In 2013 hebben we de koppen bij elkaar gestoken om te bekijken waar we nu stonden met de opleidingen en waar we in 2020 willen zijn. Zo kwamen we tot de conclusie dat geluk een essentieel maatschappelijk thema ging worden. Daarom streven we er naar om in 2020 bekend te staan als een expert-instituut op dit gebied. Dat we afstudeerders afleveren die een fundamentele bijdrage leveren aan de economie van geluk, op welk vlak dan ook.”

Gelukskrant_Nus_BASE_20170126_03

Nus Waleson: “Onze studenten moeten straks veel meer voor zichzelf zorgen dan mijn generatie, dan kunnen ze beter bezig zijn met iets waar hun kracht ligt en waar ze gelukkig van worden. Dat is de nieuwe rijkdom.” / Fotografie: Bas Gijselhart

Nieuwe rijkdom
De belangrijkste omslag die Nus wil maken is in het onderwijs sturen op talenten in plaats van op competenties. Hierbij staat talent voor iets dat je beter kan dan de andere dingen die je kunt. Het verschil tussen wat anderen van je willen en wat je zelf wilt ontwikkelen. “Onze studenten moeten bijna 50 jaar de arbeidsmarkt op en ieder mens wil gelukkig zijn in het leven. Dat gaat je never nooit niet lukken als je de hele tijd bezig bent met het herstellen van iets waar je niet goed in bent.” De veranderende economie en maatschappij speelt ook een belangrijke rol in zijn visie: “De vaste contracten gaan verdwijnen, de overheid trekt zich steeds verder terug. Vakbonden leveren een achterhoede gevecht, zijn vooral bezig met het redden van hun eigen hachje. Onze studenten moeten straks veel meer voor zichzelf zorgen dan mijn generatie, dan kunnen ze beter bezig zijn met iets waar hun kracht ligt en waar ze gelukkig van worden. Dat is de nieuwe rijkdom.”

Ommekeer in het onderwijs
Het bachelor/master systeem is hier in zijn ogen verkeerd ingevoerd, het Angelsaksische model werkt beter. Daar beginnen veel bachelor studenten heel breed met vakken die gericht zijn op zelfontwikkeling, zoals literatuur, sport, wiskunde, talen, techniek en filosofie, de zogenaamde Liberal Arts. Als je dan ontdekt waar je passie en talent ligt, kun je dat verder uitdiepen in je master. Het zwaartepunt van het onderwijs moet daarom anders volgens Nus: “We hebben drie functies: kwalificeren, vormen en socialiseren. Die eerste wordt steeds minder belangrijk, de tweede steeds belangrijker en de derde zou veel belangrijker moeten zijn. Dan bereiden we studenten voor op een flexibele arbeidsmarkt en een echte participatiemaatschappij.”

Aanpassen en overleven
Het gaat om het bieden van opties in het onderwijs en dat is makkelijker gezegd dan gedaan, dat merkt Nus ook: “Het is een proces waarin we ieder jaar stappen maken, maar voor mijn gevoel gaat het niet hard genoeg. Zo wil ik heel graag af van het bindend afwijzend studieadvies na het propedeuse jaar. Er mag wel een dringend advies komen als we merken dat iemand niet op zijn plek is, maar niet dwingend. En we moeten alternatieven en een goede begeleiding bieden. Iemand pas loslaten als die op de juiste plek zit. Als we dat voor elkaar krijgen zijn we weer een flinke stap dichter bij het talentgericht onderwijs. Zoiets vraagt om intern aanpassingsvermogen. Als je als organisatie niet op tijd de innovatiecirkel draaiende krijgt dan val je om, V&D is daar een duidelijk voorbeeld van. Dat inzien en het lef hebben om je product aan te passen, daarmee kun je overleven. Dat geldt voor bedrijven, overheden en het onderwijs.”

Drie studenten van HRM en Toegepaste Psychologie zijn het afgelopen jaar bezig geweest met het in beeld brengen van hun persoonlijke ervaringen. De grote vraag: Wat betekent geluk nu in een studentenleven? Op de website van de opleidingen staan hun vlogs en op 15 maart, tijdens de Dutch Happiness Week, wordt de documentaire over hun ervaringen gelanceerd.

Van 13 tot en met 17 maart vindt in Eindhoven de Dutch Happiness Week plaats. In de aanloop naar deze week belicht E52 met een serie verhalen de verschillende kanten van geluk.

Fotografie: Bas Gijselhart