De Pioniers van de TU/e (8): Maarten Steinbuch


Door Tom Jeltes
Leestijd ± 3 minuten

Voor een Cursor-special over de onderzoeker, interviewden Monique van de Ven en Tom Jeltes acht TU/e-pioniers. Vandaag: universiteitshoogleraar Maarten Steinbuch. “Ik wil binnen tien jaar duizend banen creëren in de chirurgische robottechnologie met onze start-up.” Foto’s zijn van Bart van Overbeeke.

Lees hier de hele serie over de TU/e-pioniers

Maarten Steinbuch (57) is universiteitshoogleraar aan de TU/e en hoofd van de groep Control Systems Technology van de faculteit Werktuigbouwkunde. Daarnaast is hij wetenschappelijk directeur van het High Tech Systems Center. Steinbuch maakt zich met zijn blog en in de media hard voor elektrisch rijden en stond aan de basis van meerdere start-ups op het gebied van medische robotica. Vorig jaar ontving hij de titel Simon Stevin Meester – de hoogste onderscheiding in de Nederlandse techniek.

Lees hier meer van en over Maarten Steinbuch

Welke vraag zou je wíllen krijgen?
“Waar komt jouw drive vandaan om buiten de lijntjes te willen kleuren? Ik weet niet of ik daar een goed antwoord op heb, hoor. Maar de vrijheid die je aan deze universiteit krijgt, stelt mensen in staat om het beste uit zichzelf te halen. Ik zie overal oplossingen voor uitdagingen en deze organisatie accepteert gelukkig dat ik niet alleen binnen mijn eigen vakje – ‘onderzoek doen’ – blijf.”

Waar ligt de bron van jouw pioniersbestaan?
“Als kind ging ik al langs het grofvuil om oude kinderwagens te verzamelen. Daar bouwden we een houten skelet omheen en maakten zo rijdende voertuigen met een pijp en watten die we aanstaken met wasbenzine. Dingen creëren, dat zat er dus al vroeg in, maar dat geldt voor veel werktuigbouwers. Bij Philips voelde ik me minder pionier, maar heb wel geleerd gedegen onderzoek te doen. Eigenlijk kwam ik pas echt in mijn kracht toen ik aan de TU/e ging werken en met automotive in contact kwam. Toen zag ik dat ik over de grenzen van mijn eigen groep heen impact kon hebben op de hele universiteit.”

Wat in jouw karakter maakt jou een pionier?
“Piketpaaltjes slaan is niet voldoende: je moet een vergezicht omzetten in concrete stappen en daarin andere mensen mee zien te krijgen. Dat laatste is wellicht mijn sterkste punt. Ik heb respect voor ieders rol en probeer aanspreekbaar te zijn voor iedereen. Dat voelen mensen, en daardoor krijg je ze mee. En ik ben van de regeltechniek, waarin het draait om corrigerende metingen. Ik probeer daarom altijd goed te luisteren en mezelf vervolgens te corrigeren.”

Hoe ontspan je; hoe neem je rust?
“Mijn weekend is heilig. Van vrijdagavond zeven uur tot zondagavond half negen heb ik vrij. Dan ben ik thuis met mijn vrouw, en genieten we van onze tuin en beesten. Samen op de bank naar The Voice of Holland kijken, met kippenvel en tranen in mijn ogen als het echt goede muziek is. Daar kijken we een week naar uit. Een vrij weekend heb ik echt nodig om er daarna weer 65 of 70 uur tegenaan te kunnen.”

Wanneer is jouw leven geslaagd?
“Ik heb nog twee dromen: hier binnen tien jaar duizend banen creëren in de chirurgische robottechnologie met onze start-up, en een succes maken van de Eindhoven Engine (waarbinnen kennisinstellingen en bedrijfsleven samen problemen moeten gaan oplossen, red.). En dan nog twintig jaar gezond met mijn vrouw van ons pensioen genieten. Als er tegen die tijd een pil is om eeuwig te kunnen leven, ga ik daarna sociologie studeren, om beter te snappen hoe mensen samenwerken en daar nieuwe vormen voor te vinden.”

Dit interview is eerder gepubliceerd in de special over ‘The Explorer’.