Een kijkje in het lab van het Stratumseind


Door Jeroen van de Nieuwenhof
  • 9 september 2015

What happens in Stratumseind, stays in Stratumseind. Of toch niet helemaal? Want wat er in de avond en nacht in de Eindhovense stapstraat gebeurt, wordt allemaal (geanonimiseerd) vastgelegd in het Living Lab Stratumseind. Nadat een experiment van dit lab vorige week in de prijzen viel, was het hoog tijd om eens te gaan kijken hoe met slimme technologie wordt geprobeerd om het gezellig te houden in het uitgaansgebied van Eindhoven.

Drijvende kracht achter het Living Lab is Tinus Kanters van de gemeente Eindhoven. Hij heeft zijn kantoor op de eerste etage van de Oude Rechtbank, waar op een wand met schermen alle binnenkomende informatie over het wel en wee op het Stratumseind binnenkomt. Het systeem van het Living Lab maakt gebruik van open source software zodat andere partijen daar makkelijk op aan kunnen haken. Want het moet een plek zijn waar allerlei partijen, zoals de TU/e, Fontys en bedrijven, kunnen experimenteren. Een van die partijen is Atos, dat afgelopen week een Digital Impact Award kreeg voor het project CityPulse. In samenwerking met de gemeente Eindhoven wordt daarin met behulp van big data geprobeerd om het gedrag van mensen te voorspellen.

living-lab-paal-sensorenVeel sensoren
De data waar in het Living Lab mee wordt gewerkt, komt uit allerlei bronnen: sociale media, politie, brouwerijen, open data van de gemeente, onderzoeken van de TU/e en Fontys en vooral veel sensoren. De belangrijkste sensoren staan op de vijf toegangswegen tot het Stratumseind. Een ervan is een camera voor het tellen van mensen die het gebied in of uit gaan. “De beelden worden niet uitgelezen door de politie”, zegt Kanters er meteen bij. “De camera trekt een virtuele lijn over straat. Vervolgens analyseert de software of een mens (en niet bijvoorbeeld een ballon of een hond, red.) over de lijn gaat en welke kant die opgaat. Wij krijgen de gegevens van deze teller, met de bijbehorende tijdstippen.” De beelden gaan nu nog eerst naar de server van het Living Lab, waar de software ze analyseert. Om diefstal van die beelden te voorkomen, wordt eraan gewerkt om de analyse al op de camera uit te voeren en alleen de data door te sturen.

Op de lantaarnpalen staat verder een 3d-geluidsmeter. Die meet niet alleen het aantal decibel, maar ook uit welke richting het geluid komt. Deze geluidsmeters staan ook nog op twee andere plekken op het Stratumseind. Kanters: “Oorspronkelijk hadden die als doel om te kijken welke kroegen voor overlast zorgen, maar door het geluid van mensen op straat was dat lastig te bepalen.” In het Living Lab wordt nu gekeken of er met de geluidsdata door opkomend geluid vechtpartijen kunnen worden voorspeld.

Ook wordt gekeken naar smartphones die wifi en bluetooth aan hebben staan. Daarmee kan het systeem zien waar veel mensen op een kluitje staan. “Dat kunnen we gebruiken om bijvoorbeeld bij Koningsdag te zien waar een grote concentratie van mensen is. We kunnen dan mensen een bepaalde kant op sturen.” Naast deze sensoren, heeft het Living Lab nog een weerstation, om te kijken of het weer van invloed is op het gedrag van het uitgaanspubliek.

Experimenteren met licht
Datzelfde geldt voor licht. Verspreid over de uitgaansstraat hangen zwarte bakken met led-lampen die op afstand worden aangestuurd. Door het soort licht en de kleur aan te passen wordt gekeken wat dat doet met de mensen op straat. Zo wordt er gebruik gemaakt van twee soorten wit licht. Allereerst is er het standaard witte licht van led-lampen en tl-balken. Er is echter ook wit licht op basis van rgb-kleuren (de combinatie rood, groen en blauw). Uit straatinterviews blijkt dat veel mensen het eerste licht als koud ervaren, terwijl het tweede voor de meesten warm aanvoelt. Dit onderzoek naar wat verschillend licht doet, wordt gedaan door de TU/e. Zij maken sinds februari iedere 16 weken een soort lichtplan voor het Stratumseind. Gedurende de uitgaansavond wordt langzaam het licht op straat aangepast. Het onderzoek levert volgens Tinus Kanters al wat opmerkelijke resultaten op. “Het opvallende is dat de politie wil dat er om 3.50 uur helder wit licht is, omdat dan de meeste vechtpartijen plaatsvinden. Professoren bij de TU zeggen echter dat mensen daardoor juist agressief worden. Volgens hen zou het licht gedempt moeten worden om mensen rustiger te krijgen.”

Naast het experimenteren met licht, is het de bedoeling dat over enkele maanden nog een zintuig wordt geprikkeld op het Stratumseind: geur. “We gaan proberen om geur in te brengen in het Stratumseind. Dat wordt waarschijnlijk sinaasappelgeur, die lijkt een positieve invloed te hebben op mensen. Beter dan lavendel en rozengeur, die meer smaakgebonden zijn. Het is alleen de vraag wat dat doet in combinatie met de lucht van de shoarmatent”, voegt Kanters er lachend aan toe.

Nog geen voorspellingen
Ondanks dat alle gegevens van de sensoren binnenkomen bij het Living Lab, is het niet zo dat Tinus Kanters in de avond en nacht naar de schermen tuurt om te kijken hoe het er op straat aan toe gaat. “Op dit moment analyseren we nog achteraf, maar we willen in de toekomst ook zaken gaan voorspellen. Dat kan op basis van historische informatie, maar ook via de informatie die we krijgen van sensoren en sociale media. Als die zien dat er mogelijk een vechtpartij aan zit te komen, kan de politie erop af worden gestuurd, nog voordat de eerste dreun wordt uitgedeeld. Dat gaat voor een groot deel geautomatiseerd, maar wat mij betreft moet er nog altijd een persoon tussen zitten om een besluit te nemen, bijvoorbeeld via de meldkamer van de politie.”

In het Living Lab wordt nauw samengewerkt met TU/e, Fontys en de Universiteit Tilburg. “Die laatste kijkt vooral met ons mee als het gaat om de privacy van gebruikers. Alle gegevens die worden verzameld zijn geanonimiseerd, maar we moeten ervoor waken dat ze niet alsnog herleidbaar worden als iemand er een nieuwe dataset naast legt.”
In dat kader wordt ook nog bekeken of de verzamelde gegevens als open data beschikbaar gesteld moeten worden. Dat gebeurt op dit moment nog niet. “Het is de vraag welke data opengesteld mogen worden. De horeca-ondernemers willen bijvoorbeeld niet dat realtime te zien is hoe druk het is op het Stratumseind. Ze zijn bang dat mensen dan thuis gaan wachten tot het druk is.”