Een stad zo slim als zijn bewoners: data-empowerment


Door Klaas Kuitenbrouwer
Leestijd ± 5 minuten
  • 17 november 2017

Eindhoven wil een smart society worden. Maar hoe gaat dat? Wat gebeurt er al? En van welke voorbeelden kunnen we iets leren? De DATAstudio onderzoekt de transitie die de stad moet doormaken om daadwerkelijk zo’n smart society te worden. Met elke week een nieuwe bijdrage op E52. Deze week een eerste terugblik. Lees hier alle afleveringen in deze serie.

Op 24 oktober tijdens de Dutch Design Week, als deel van het World Design Event realiseerde DATAstudio Eindhoven de tentoonstelling Embassy of Data. Deel van het bijbehorende programma was de internationale conferentie A City As Smart As Its Citizens. Hiermee wilde de DATAstudio zowel de bevindingen markeren die haar programma’s hebben opgeleverd, als een realistische blik vooruitwerpen op de ontwikkeling van de ‘slimme samenleving’ in de stad.

De conferentie zoomde in op twee onderwerpen. Het eerste, data-empowerment van burgers, is het onderwerp van twee artikelen. Het tweede onderwerp: leesbaarheid van data in de openbare ruimte, wordt in één vervolgartikel aan de orde gesteld.

Van smart city naar samenleving
De toon van de conferentie werd op aansprekende manier gezet door het openingsstatement van wethouder Mary-Ann Schreurs (bij monde van Linda Vlassenrood, projectleider van de DATAstudio). Ze stelde: “Eerst spraken we over de ontwikkeling van de slimme stad, toen hadden we het over de ontwikkeling van de slimme samenleving. Misschien is het nu tijd om het woord ‘slim’ te laten vallen. Laten we de vraag weer vooropstellen wat de ontwikkeling van de samenleving nodig heeft en pas dan kijken naar de rol die data daarin kan spelen.”


De data-spagaat van gemeenten

Vervolgens gaf Linda Vlassenrood een korte introductie tot de thema’s van de tentoonstelling van de Embassy of Data, die de voorzet vormden voor de onderwerpen van de conferentie. In de Embassy of Data wordt vastgesteld dat gemeentes in een lastige spagaat zitten met hun data-politiek. Eindhoven is een goed voorbeeld, maar de problematiek speelt in vele steden. Aan de ene kant is er een inmiddels breed gedragen streven om zoveel mogelijk datasets open en deelbaar te publiceren. Aan de andere kant onderkennen gemeenten het belang van het beschermen van de privacy van burgers. En dat is een reden om veel datasets juist niet te publiceren. Steden doen hierbij graag de belofte aan hun burgers dat op ze weg zijn een smart city te worden. Maar de invloed van steden op de stedelijke datasfeer is in feite gering. Niet alleen speelt de hierboven genoemde problematiek, ook hebben gemeentes überhaupt maar weinig zeggenschap over de data die allemaal in een stad wordt gegenereerd. Private bedrijven (denk om te beginnen aan het bekende rijtje Facebook, Google/Alphabet, Amazon, Uber en AirBnB) hebben de beschikking over veel meer data en gebruiken die voor hun eigen agenda’s en winstdoelen. Nou staan die niet per definitie haaks op de belangen van gemeentes en burgers, maar ze vallen zeker ook niet zomaar samen. Gemeenten hebben dus minder zeggenschap in de datasfeer dan bedrijven. En individuele burgers hebben nog veel minder in te brengen.

Om het democratisch debat over de omgang met data beter te kunnen voeren, zou om te beginnen die assymetrie beter in evenwicht gebracht moeten worden. Met andere woorden: burgers zouden data-empowered moeten worden. Hoe zou dat er uit kunnen zien en hoe krijgen we dat voor elkaar?

Data-empowerment van burgers?
Keynote spreker over data-empowerment was Maya Indira Ganesh, onderzoeker en programmaontwikkelaar van het Tactical Technology Collective, een wereldwijd opererende non-profit organisatie gebaseerd in Berlijn. Tactical Tech bestaat uit betrokken burgers, onderzoekers, coders en activisten die zich bezighouden met burgerrechten, privacy en veiligheid in de technologische sfeer. In haar eigen woorden is Maya Indiria Ganesh “geinteresseerd in de manier waarop macht werkt, en onderzoekt [ze] dit in het domein van technologische ontwikkeling en de dataficatie van de maatschappij.”

In een vorig stuk voor E52 stond een interview met Maya Indira Ganesh, waarin ze de notie data-empowerment verkende. Voor deze lezing ging ze dieper in op de materie.


Stap 1 is data-bewustzijn
Het begin van data-empowerment is data-bewustzijn. Dat begint bij vragen stellen, en blijven stellen. Waarom wordt deze data verzameld? En welk doel kan deze data dienen? Een hardnekkig misverstand over data is namelijk dat het ‘neutraal’ is. Alle data die wordt verzameld, wordt met een reden verzameld, en die reden zit ingebakken in de manier waarop de technologie is georganiseerd. Wat voor invloed heeft dataficatie op jouw bestaan? Is je data even uniek als jij? Zou je je eigen data herkennen?

Gelijktijdig met de conferentie in Eindhoven opende in London een groot project van Tactical Tech Collective in samenwerking met Mozilla: The Glass Room ‘een disruptieve tech winkel, waarin niets te koop is.’ – een winkel voor databewustzijn. Een van de take-aways is de Data Detox kuur. Met deze 8 daagse kuur kun je in eenvoudige stappen die niet meer dan een half uur per dag kosten grip krijgen op de data die jij gratis weggeeft. Dit is een belangrijke basis onder data-empowement: zelf meer controle krijgen over je data-schaduw. Eerst je data-lekken dichten, op basis daarvan kun je selectief worden over wie er iets mag met je data.


Dan: data toepassingen
Een volgende stap is zelf data kunnen toepassen. Een mogelijke benadering hiervoor geeft Graph Commons, een initiatief van Turkse media kunstenaar en activist Burak Arikan. Met deze online toolkit kan iedereen patronen in zijn of haar eigen data zichtbaar maken.

En daarmee treedt een volgende reeks vragen aan het licht. Hoe kunnen die zichtbaar gemaakte patronen worden gebruikt? En –wederom- door wie? Aan de data afbeeldingen van de vluchtelingencrisis kun je zien hoe zichtbaar gemaakte data tégen burgers kan worden gebruikt. Het zichtbaar maken van data is dus zeker niet automatisch emanciperend. De kunst is data zo te analyseren en zichtbaar te maken dat het aanleiding kan geven tot actie.

Tactical Tech richt zich daarbij vooral op het ter verantwoording roepen van personen en organisaties met invloed. Voorbeelden hiervan zijn ondermeer de praktijken van Little Sis, een database waarmee de netwerken van lobbyisten, politici, CEO’s en dergelijke worden afgebeeld, waarmee zichtbaar wordt hoe met name financiële macht is georganiseerd. Media Matters is een non-profit die in de VS desinformatie campagnes (van vooral de Republikeinen) analyseert en in beeld brengt. Een ander interessant voorbeeld is het Franse La Fabrique de la Loi waarmee (voorgestelde) veranderingen in wetteksten worden gevolgd, en doorzoekbaar worden gemaakt voor burgers.

De lezingen op de conferentie werden telkens gevolgd door discussies die als doel hadden om handelingsperspectieven voor de aanwezigen concreet te maken. Hiervoor werd het publiek in groepen verdeeld. De discussies stonden onder leiding van de leden van een panel. Naast Maya Indira Ganesh bestond dat uit: Saskia de Beer, ontwikkelaar van stadsontwikkelplatform ZO!city, Merel Noorman, smart city onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht, en Chris Sigaloff, voormalig directeur van kennisland en lid van de denkttank van de DATAstudio.

Een weergave van de discussie is te vinden in Deel 2 van dit artikel. [link volgt na publicatie]

Beelden: (c) Graphcommons