Uit-de-tijds Vastgoed: Gouden Eieren


Door Lectoraat De Ondernemende Regio
Leestijd ± 3 minuten

Fontys is niet alleen een onderwijsinstelling maar ook een organisatie die nadrukkelijk wil bijdragen aan de kwaliteit en concurrentiekracht van de Brainport regio. Veel van de projecten die hieruit voortvloeien blijven echter verborgen voor een breed publiek. Om die reden verzorgt het lectoraat De Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen elke 14 dagen een column op E52 dieper ingaat op de projecten waar ook Eindhoven voordeel bij heeft. Vandaag Bart de Zwart over vastgoed en de gouden eieren van de innovatieve broedplaatsen.

Van generaals wordt gezegd dat ze altijd de vorige oorlog uitvechten. Ik vermoed dat voor vastgoed hetzelfde geldt. Gebouwen zijn stug en traag. Ze worden bedacht tijdens hoogtijdagen en gebouwd tijdens de crisis. Sommige exemplaren zijn al achterhaald voordat ze worden opgeleverd. Het prestigieuze Empire State Building droeg tijdens de depressie van de jaren 30 lang de bijnaam ‘Empty State Building’. Vandaag de dag zijn we nog volop bezig de overproductie van de laatste eeuwwisseling te herbestemmen. Vastgoed hobbelt vaak achter de feiten aan. Of voor de feiten uit, het is maar hoe je het bekijkt.

De bekende Amerikaanse stadsactiviste Jane Jacobs constateerde in de jaren 60 dat het feit dat vastgoed en samenleving niet altijd in fase verkeren, niet noodzakelijk een probleem hoeft te zijn. Sterker, oude denkbeelden gedijen juist goed in nieuwe gebouwen – zie bijvoorbeeld de Amsterdamse Zuidas – en nieuwe ideeën, zo stelde zij vast, hebben vaak juist oude gebouwen nodig. Afschrijving en innovatie zijn wederzijds afhankelijk. Het is het bekende concept van Schumpeter: we moeten de oude wereld eerst omverwerpen om de nieuwe te kunnen bouwen.

 

Vastgoed hobbelt vaak achter de feiten aan. Of voor de feiten uit, het is maar hoe je het bekijkt.

De creatieve broedplaats vormt van deze paradox het voorbeeld bij uitstek. In de oude kathedralen van de industrialisatie vonken nieuwe samenwerkingen tussen modeontwerpers, voedseltechnologen, landschapsarchitecten, culturele antropologen en bigdataspecialisten. Onverwachte allianties, met even zo onvoorspelbare uitkomsten. Wat deze uitwisselingen mogelijk maakt, is zelden een overvloed aan faciliteiten en externe prikkels. De broedplaats voldoet evenmin aan het populaire beeld van de snelkookpan waarin onder hoge druk verbindingen worden gesmeed. Integendeel, de meeste creatieve broedplaatsen zijn eerder ‘serendipitous spaces’: zonder dwingende regie, zonder opgelegde doelen en vaak zelfs zonder duidelijke bestemming.

Het is precies deze leegte die nieuwe inhoud mogelijk maakt, om mijn oud-collega Jan Prins te parafraseren. Toch blijkt onbestemdheid ook een bedreigde kwaliteit, zeker in een samenleving die leegte moeilijk kan verdragen. Vandaar dat broedplaatsen vaak een tijdelijk karakter hebben en vooral ontstaan in de rafelranden van de stad. Zodra een plek succesvol wordt, staan partijen in de rij om mee te profiteren van de gecreëerde waarde. De omgeving wordt ontwikkeld, de plek raakt geïnstitutionaliseerd – het wordt een ‘Ideeënfabriek’ – en de bewoners van het eerste uur worden gaandeweg verdrongen door bewezen formules.

Dit mechanisme is in feite zo oud als de stad zelf. Toch zou het interessant zijn om te bedenken of het mogelijk is het proces te vertragen. Al was het maar om te voorkomen dat de kip wordt geslacht voordat de gouden eieren zijn uitgebroed. Het voorbeeld van Strijp S laat zien dat wanneer de institutionele projectontwikkelingsmachinerie spaak loopt – zoals tijdens de crisis van 2008 – kwetsbare initiatieven ineens de gelegenheid krijgen om uit te groeien tot levensvatbare ondernemingen. Dat is een mooie uitkomst, maar beter nog zou het zijn wanneer de stad in staat is een vestigingsmilieu te onderhouden waarin onbestemdheid als ruimtelijke conditie duurzaam is geborgd. Een stedelijk netwerk van wisselende plekken waarbij financiële en maatschappelijke waardecreatie in balans zijn. Creativiteit en innovatie zijn dan niet slechts de tijdelijke kwartiermakers voor ruimtelijke ontwikkelingen, maar de humuslaag van de cultuur en de economie van de stad.

Het lectoraat De Ondernemende Regio doet samen met het Urban Lab van de Technische Universiteit Eindhoven en Stichting Ruimte onderzoek naar de verduurzaming van innovatieve stedelijke werkplaatsen.

dr. ir. Bart de Zwart is projectleider bij het lectoraat De Ondernemende Regio van Fontys Hogeschool Management Economie en Recht