Wethouders ‘van buiten’: ik zou niet weten waarom!


Door Pieter Hendrikse
Leestijd ± 3 minuten

Pieter Hendrikse beziet “Vanaf De Hovenring” de gebeurtenissen in en soms ook buiten Eindhoven. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen expertise (onderwijs, sociaal/cultureel domein) als in een vrije rol.

"...Maar ’t voelt niet goed: wethouders zijn in de eerste plaats óns lokale dagelijkse gezicht van de democratie..."

Mij maak je niet wijs dat er niet méér te vinden zijn: inwoners van steden en dorpen die als wethouder het dagelijks bestuur van hun gemeente op zich willen nemen. Verantwoordelijkheid mogen dragen voor welzijn én welvaart van de eigen gemeentegenoten is een taakopdracht die velen met genoegen zullen willen aanvaarden.
In steeds minder plaatsen zie je dat het langs de traditionele partijlijnen nog lukt om goede gemeentelijke bestuurders te rekruteren uit eigen gelederen. Het blijkt ingewikkeld om de juiste kandidaten tot belangstelling te verleiden. Het is geen populaire job.

In Eindhoven al helemaal niet. De toon is gezet bij het vorige college in 2010 met drie ‘externen’, en in het huidige college van B&W zijn er maar liefst vier van de zes wethouders afkomstig van buiten de stad. Binnen hun eigen partijkartel kennelijk tot grote hoogte gestegen en bereid gevonden om buiten hun eigen woonplaats aan de slag te gaan. Het siert hun ambitie en vermogen tot mobiliteit. Maar ’t deugt niet.

De verbinding met de gemeente waarin zij het belangrijke ambt uitoefenen is nul komma nul. Op straat herkend worden of buurten in ’n café: het is aan hen niet af te lezen. Ze zijn nog ’t gemakkelijkst te vergelijken met consultants en interim-managers. Verstandige en verantwoordelijke lieden die in staat zijn om voor goed geld ’n ingewikkelde klus soms tot ’n goed einde te brengen.

In maart a.s. kunnen we hen beoordelen op de toekomstbestendige effectiviteit van hun daden. Het valt misschien goed uit. Dat is dan mooi meegenomen.

Maar ’t voelt niet goed: wethouders zijn in de eerste plaats óns lokale dagelijkse gezicht van de democratie. Zij verpersoonlijken wat ons bindt in de stad en welke onderwerpen onze harten raken.
We willen ze ontmoeten op straat, herkenbaar en aanspreekbaar. Ze waren er al, en zijn er nog ná hun wethouderschap.
Vraagstukken waar de stad mee worstelt zijn ook hen uit ’t hart gegrepen. En dat gaat verder dan de tijdelijke verbinding aan ’n keurig plaatselijk verkiezingsprogramma.

Het moet dus anders, willen we na maart a.s. niet nog weer ’ns, en dan in #040 voor de derde achtereenvolgende keer, opgescheept worden met goedbedoelende vierjaarspolitici. Zij laten de stad bestuurlijk verweesd achter na hun letterlijke vertrek.

De strakke verbinding van kandidaat-wethouders aan partijstatus/-doctrine/-ideologie is niet effectief en geenszins noodzakelijk.
In gemeentelijke verkiezingsprogramma’s onderscheiden politieke partijen zich van elkaar, maar streven op hoofdlijnen toch écht meestentijds wel dezelfde doelstellingen na.
Coalitieonderhandelingen leiden sowieso tot compromissen die zelfs ’t besturen tussen wethouders van SP- en VVD- huize zeer wel mogelijk maken. Daarvan zijn inmiddels voldoende goede voorbeelden.

’n Akkoord kan na de verkiezingen prima in elkaar gezet worden op basis van onderhandelingen tussen lijsttrekkers van diverse partijen. Voor uitvoering daarvan kunnen gezaghebbende stedelijke voorlieden worden aangezocht, al dan niet partijgebonden. Zij kunnen er als ware schepenen uitvoering aan geven. Met hart voor de stad en gecontroleerd door ’n raad die politiek gekleurd is.

Daar zijn geen carrièrepolitici van buiten voor nodig….

Er zijn nog geen reactie op dit artikel↓

Pieter Hendrikse

Pieter Hendrikse is columnist voor E52. Hij schrijft onder meer over onderwijs en het sociaal-/culturele domein. Klik op de link hieronder voor al zijn columns en een interview met deze columnist.

> Bekijk alle artikelen van Pieter